
Fiddlers green

Het lied "Fiddlers Green" gaat over die mythische, hemelse plek waar zeelieden en vissers na hun dood naartoe gaan. Het is een volkslied geschreven door de Engelse singer-songwriter John Conolly in 1966, en is zo populair geworden dat het vaak wordt aangezien voor een traditioneel lied.
De term "Fiddler's Green" zelf is ouder en stamt uit de 19e-eeuwse Engelse maritieme folklore. Het wordt omschreven als een paradijs voor zeelieden die minstens vijftig jaar op zee hebben gediend. In dit hiernamaals heersen eeuwige vrolijkheid, een viool die nooit stopt met spelen en dansers die nooit moe worden.
De tekst van het lied beschrijft dit paradijs in detail:
De lucht is er altijd helder en er zijn nooit stormen.
De vissen springen vanzelf aan boord.
Er is geen werk te doen; de schipper maakt thee voor de bemanning.
Er zijn kroegen en clubs, en het bier is gratis.
Flessen rum groeien aan elke boom.
Het lied is een ontroerende en tegelijkertijd vrolijke ode aan het harde en gevaarlijke leven van de zeeman, en de hoop op een zorgeloos en belonend hiernamaals.

