
Alleen maar water

Dit lied is een energieke "feest-shanty". Het beschrijft de eeuwige cirkel van het zeemansleven: het zware werk op zee, de ontlading aan wal en het onvermijdelijke vertrek.
Het lied drijft op het contrast tussen de ontberingen op het water en de gezelligheid in de kroeg:
Op zee: Storm, zout water (dat je niet kunt drinken), gevaar ("kantje boord") en hard werken.
Aan wal: Rum, muziek (drums/band), vrouwen en de "lieve lach" van een partner op de kade.
De tekst bevat een knipoog naar een beroemde literaire uitspraak ("Water, water, everywhere, nor any drop to drink") :
1)
"Alleen maar water, water, water overal, en we hadden niks te drinken"
Dit benadrukt de frustratie van de zeeman: omringd zijn door water waar je niets aan hebt, wat de dorst naar rum in het "bruine café" alleen maar groter maakt.
Interessant is dat de tekst expliciet zegt: "We zijn geen echte piraat." Dit lied gaat niet over schatkaarten of zeeslagen, maar over zeelui voor wie het varen simpelweg hun beroep is. Het is een "klus die geklaard" moet worden.
De structuur van het lied laat zien dat rust voor een zeeman altijd tijdelijk is:
Het begint met de strijd op weg naar huis.
Het viert de aankomst met rum en muziek.
Het eindigt (in het derde couplet) alweer met de klok die vier uur slaat en het anker dat wordt gelicht.
Kortom:
Het is een vrolijk drinklied dat de veerkracht en de nuchtere werkethiek van zeelieden viert. Het is bedoeld om met een glas in de hand mee te stampen op het ritme van de "drum, drum, drum".
1)
uit het epische gedicht 'The Rime of the Ancient Mariner' van Samuel Taylor Coleridge

